Hoe schept men een vredesklimaat?
In oktober 1966 hield Ben ter Veer, de latere voorzitter van het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV), een rede op een congres van de internationale Pax Christi beweging in Bergamo (Italië). Deze rede met de titel "Hoe schept men een vredesklimaat" kreeg grote bekendheid, en werd feitelijk een soort blauwdruk voor het IKV dat eind 1966 ontstond.
Achtergrond: In de tijd dat ter Veer deze woorden sprak was Pax Christi nauw verbonden aan de Rooms-Katholieke kerk. Vertegenwoordigers van de kerkelijke hiërarchie, vaak een bisschop, waren voorzitter van de landelijke secties. Verder waren er nauwe banden tussen de beweging en rooms-katholieke geestelijken en politici.
Bron van deze versie: “In beweging voor de vrede. Veertig jaar Pax Christi: geschiedenis, werkwijze, achterban en invloed”, Cahier 43, Pax Christi Nederland & Studiecentrum voor Vredesvraagstukken, K.U. Nijmegen, 1988. (Redactie: Ben Schennink, Marcel Becker, Hans Bos, Cor Arends).
Voetnoot in de bron: De tekst is vertaald en gepubliceerd in het Duits, Engels, Spaans, Italiaans en (in verkorte versie) in het Frans. De tekst is in Nederland alleen in druk verschenen in de Gelderlander van 10, 11 en 12 april 1967. Onderstaande tekst is gebaseerd op de gestencilde weergave uit februari 1967. Latere, licht gewijzigde stencilversies zijn van 1968 en 1972. De tekst is in overleg met de auteur op sommige plaatsen ingekort en enkele passages zijn weggelaten. Dit is aangegeven met puntjes of in een voetnoot. (red.)
Enkele drukfouten zijn gecorrigeerd, en de nummering van de onderdelen is verduidelijkt.
Een korte versie staat hier.
1. ENKELE UITGANGSPUNTEN
Om te beginnen wil ik enkele punten bespreken waar ik van uit ga bij de behandeling van bovenstaande vraag.
Het eerste punt betreft de manier waarop ik het onderwerp van deze voordracht heb opgevat. Daarover het volgende:
Pax Christi moet een verantwoorde visie hebben op datgene wat in concreto wenselijk is in de verdere ontwikkeling van de internationale politiek. Dat deze visie redelijk is en dwingende kracht bezit, is de belangrijkste eis die men er aan mag stellen. Het is echter voor Pax Christi als educatieve beweging van groot belang dat zij zich ook afvraagt hoe haar visie op de nabije toekomst vat moet krijgen op het denken van steeds meer mensen. Een juiste en redelijke visie is niet genoeg. Het is even noodzakelijk om te weten hoe het oproepen van onnodige weerstanden tegen die visie kan worden vermeden en hoe onvermijdelijke weerstanden kunnen worden overwonnen. Mijn bijdrage ligt op dit vlak, het vlak van de tactiek. Wat ik voor u zal proberen te doen is zowel de visie als de activiteiten van de Pax op hun effectiviteit te bekijken van uit de mij ter beschikking staande kennis uit de sociale wetenschappen. Ik zal mij daarbij telkens van voorbeelden bedienen om bepaalde beïnvloedingsprincipes te illustreren. Langs die weg zal steeds de inhoud van de visie van Pax Christi mede ter sprake komen. Dat is noodzakelijk want de inhoud van die visie levert het belangrijkste tactische wapen van de beweging.
Een tweede punt betreft de verhouding tussen vredesbeweging en politiek. Bij het doordenken en propageren van de inzichten van de Pax moeten overwegingen van effectiviteit een belangrijke rol spelen. Het mag haar niet gaan om de juistheid van inzichten en doeleinden in abstracto, maar om de werkzaamheid ervan in concreto. Hier ligt een onvermijdelijke spanning, die men ook niet mag proberen te ontlopen. Het juiste evenwicht wordt niet voorgeschreven door de "waarheid". Immers bij veel van de problemen in dit vlak vooral omdat het om de toekomst gaat gaat het om gissen, kiezen, wagen en hopen, meer dan om zeker weten.
Een juist evenwicht is evenzeer afhankelijk van de taak die een vredesbeweging heeft, de omgeving waarin zij werkt en de leden die zij heeft. Een vredesbeweging verschilt van een politieke partij, omdat zij een andere taak heeft. Een vredesbeweging is een educatieve beweging. Zij moet primair de ogen openen voor nieuwe werkelijkheden en nieuwe mogelijkheden. Zij schept een vredesklimaat onder bevolking en politici en overreedt de laatsten om daar van gebruik te maken. Een vredesbeweging dient te anticiperen op dat wat binnen tien of twintig jaar wenselijk is en gerealiseerd moet zijn. Vanuit zulk een perspectief – waarvoor zij kiest – dient zij haar program van beïnvloeding op te zetten. Bij haar vormingswerk grijpt een vredesbeweging consequent vooruit op de toekomst. Een politieke partij kan zo niet optreden, omdat zij daarmee haar huidige machtspositie zou verspelen. Het is de taak van de politicus en de politieke partij om langs de weg van het compromis en met behulp van wijzigingen in het politieke klimaat – onder andere voortgebracht door de vredesbeweging – betere condities voor de vrede door concrete beslissingen naderbij te brengen.
Een derde punt betreft de verhouding publieke opinie en politiek beleid. Het scheppen van een vredesklimaat is de bewuste doelstelling van een vredesbeweging. We definiëren een vredesklimaat als volgt:
Het is het geheel van relevante opvattingen, houdingen en gedragingen in een gemeenschap, waardoor de leiders van die gemeenschap in staat gesteld worden en soms gedwongen worden bepaalde politieke beslissingen te nemen, waardoor conflicten met andere gemeenschappen zonder het gebruik van gewapend geweld kunnen worden opgelost.
Aan deze omschrijving liggen enkele gedachten ten grondslag over de verhouding publieke opinie en politiek beleid. (1)
- In de eerste plaats denk ik dat er tussen beide een verband bestaat. Het is volgens mij niet zo, wat wel wordt gedacht, dat de gewone man kan denken wat hij wil, maar dat de politici toch doen wat ze willen. Ik ga ervan uit dat er wel degelijk een verband bestaat tussen publieke opinie en politiek beleid, ook al zal de aard van dat verband van kwestie tot kwestie verschillen.
- Verder lijkt het erop, dat de publieke opinie vaak positieve vernieuwingen in de politiek tégenhoudt en deze juist niet bevordert, zoals eveneens vaak wordt beweerd. Politici moeten er namelijk op verdacht zijn, dat hun tegenstanders in sommige kwesties, bijvoorbeeld ontwikkelingshulp, de weerstand tegen onpopulaire maatregelen zouden kunnen mobiliseren om hen ten val te brengen. Daarom vermijden zij zulke maatregelen.
- Over vele andere kwesties van buitenlandse politiek, bijvoorbeeld kwesties van bewapeningspolitiek, heeft de bevolking als zodanig geen mening. Politici beschikken daarmee over een grote vrijheid om te doen wat ze willen en kunnen regeren op de wijze van het "fait accompli". Kelman heeft er op gewezen dat de publieke opinie aldus diepe invloed uitoefent op de manier waarop buitenlands beleid wordt gevoerd. (2)
- De publieke opinie, zoals deze op een bepaald moment is, is in belangrijke mate het resultaat van inspanningen die de leiders zich jaren tevoren hebben getroost om die opinie te scheppen als steun voor hun toenmalig beleid. Als leiders, gedwongen door de ontwikkelingen, hun beleid willen vernieuwen, schijnen ze de meeste last te ondervinden van de ideeën die ze in een vroeger stadium zelf in de bevolking ingang hebben doen vinden. (...) Katholieke leiders stuiten bij hun pogingen om tot coëxistentie en dialoog met het communisme te komen op grote weerstanden die in een vroeger, meer antithetisch stadium, werden gecreëerd door de leiders van diezelfde gemeenschap.
- In de vijfde plaats denk ik dat geen enkele beweging in een moderne maatschappij in staat is om zijn standpunt tegen de wil van de politieke leiders in door te zetten. De zaak ligt anders als deze politieke leiders zelf onderling verdeeld zijn of hun meningen aan het wijzigen of nog aan het vormen zijn. Juist in zo'n geval kan een (vredes) beweging invloed uitoefenen. Regeringsleiders maken van acties van de vredesbewegingen in zulke omstandigheden gebruik om interne druk uit te oefenen op hun tegenstanders. Zo schijnt Kennedy voor het sluiten van het kernstop-accoord in 1963 vredesbewegingen te hebben uitgenodigd om steun te verkrijgen tegen een onwillige senaat. (...)
Uit deze gedachten over de verhouding publieke opinie – politiek beleid, volgt dat de Pax de algemene taak heeft om in sommige kwesties weerstanden tegen politieke vernieuwingen weg te nemen en in andere kwesties een publieke mening te vormen die een check kan zijn op het regeringsbeleid. Een speciale taak heeft zij waar het betreft het voeren van incidentele acties die de balans bij het nemen van belangrijke beslissingen naar een bepaalde kant moet helpen doorslaan.
Een vierde uitgangspunt betreft het belang van een historische visie voor het moreel van de vredesbeweging. Dit belang wordt duidelijk als we proberen de volgende vraag te beantwoorden. Hoe kunnen we als vredesbeweging vermijden dat we onze medeleden en onszelf het gevoel geven voor een onmogelijke opgave te staan? Daarvoor is, lijkt mij, nodig dat de visie en het program van de Pax geworteld zijn in een sterk historisch bewustzijn van de unieke trends die zich lijken te ontwikkelen sinds de Tweede Wereldoorlog. Trends die kunnen worden afgebroken, trends waarin echter ook kansen op een vreedzamere wereldordening besloten liggen, mits zij zich doorzetten. Enkele van deze trends zou ik willen noemen:
- Ondanks de aanwezigheid van grotere en hevigere tegenstellingen dan ooit tevoren in de wereld zijn alle gewapende conflicten sinds de Tweede Wereldoorlog tot nu toe beperkt gebleven, en sommige zoals rond Berlijn en Cuba zelfs geheel zonder wapens gevoerd. Het woord beperkt mag ons overigens niet doen vergeten dat in deze oorlogen miljoenen mensen om het leven zijn gekomen.
- Het afschrikkingsevenwicht, dat hiervoor mede verantwoordelijk is, is desalniettemin een volstrekt onvoldoende garantie voor de wereldvrede. Dit inzicht vindt geleidelijk meer ingang onder invloed van historische ervaring (Cuba) en opinievorming onder politieke leiders. De kans op een kernoorlog blijft reëel aanwezig, zolang de tegenstellingen in de wereld nog zo groot zijn en het afschrikkingsevenwicht als belangrijkste conflictbeperkend mechanisme moet functioneren. Deze situatie dwingt alle landen om minimaal te streven naar een vorm van coëxistentie en de vermindering van politieke, ideologische en welvaartstegenstellingen. Het feit dat vele landen zich niet of te langzaam laten dwingen, neemt niet weg dat genoemde dwang een voortdurende invloed op de internationale politiek uitoefent.
- De noodzaak van wapenbeheersing wordt beter ingezien dan tien jaar geleden. De erkenning is groeiende dat het ongelimiteerd doorzetten van de bewapeningswedloop de veiligheid van landen slechts vermindert. Dit heeft zowel betrekking op de bewapeningswedloop tussen de Verenigde Staten en de Sovjet Unie als op het vraagstuk van de verspreiding van kernwapens. Dit verhindert niet dat met name interne politieke druk, uitgaande van bepaalde delen van de politieke elite, de politici toch nog weer kan dwingen tot het nemen van steeds minder te verantwoorden stappen op het gebied van de bewapening. Dit speelt momenteel een grote rol bij de beslissing in Amerika om de aanmaak van een anti-raket raketsysteem door te zetten.
- Vele conflicten na 1945 zijn na een periode van wapengeweld of dreiging daarmee, geëindigd in handhaving van de politieke status quo: Korea, Hongarije, Suezcrisis, de positie van Berlijn, Cuba (1962). Vergelijkt men in deze gevallen de periode vlak vóór en vlak na het gebruik van geweld of de dreiging er mee, dan blijkt de invloed van deze crises juist te liggen in het feit dat zij de partijen dwingend hebben geleerd zich aan te passen aan de status quo. Pas daarna kon in de practijk het conflict verder van inhoud en intensiteit veranderen.
- De belangrijkste veranderingen in de internationale verhoudingen sinds 1945 zijn slechts ten dele afhankelijk gebleken van de verhoudingen in militaire macht. Men denke aan veranderingen binnen het Atlantisch bondgenootschap: de positie van Frankrijk, maar ook aan veranderingen binnen het Warschaupact. Gegeven het afschrikkingsevenwicht lijkt het alsof toename en afname van invloed in de wereld in toenemende mate afhankelijk zijn van puur militaire macht. (Men kan ook nog denken aan het feit dat een aantal koloniale conflicten eindigden in overwinningen van de militair zwakkere partijen. Men denke als voorbeeld aan het conflict tussen Frankrijk en het Algerijns bevrijdingsfront.)
- Door verschillende oorzaken is geleidelijk aan een geheel andere houding aan het groeien tegenover het Russisch communisme. In de afgelopen zes jaar is de angst voor Rusland beduidend afgenomen onder de bevolkingen van het Westen. Deze veranderingen in houding zijn, behalve door het openbaar worden van het Russisch-Chinees conflict, veroorzaakt en gestimuleerd door: (i) de in de practijk gebleken onmogelijkheid om met behulp van wapens of dreiging ermee iets te veranderen aan de status quo in Europa, en (ii) de daaruit volgende noodzaak om via vreedzame wegen oplossingen te vinden voor menselijke problemen zoals de verdeling van Duitsland. Mensen gaan daartoe pas over als ze geleidelijk aan het volstrekt negatieve beeld van de tegenstander hebben gecorrigeerd. We bevinden ons in Europa midden in een dergelijk proces. In Europa bestonden slechts twee wegen: ondergang of aanpassing. Langzaam aan gaat men voor aanpassing kiezen. Deze keuze verder te bevorderen is mijns inziens een centrale opdracht voor Pax Christi.
- De bekendheid met en het besef van de volstrekt onrechtvaardige verdeling van de welvaart in de wereld is enigszins toegenomen. In de practijk echter is de hulp die de rijke landen aan de ontwikkelingslanden verstrekken als percentage van het nationaal inkomen de laatste vijf jaar niet gestegen. Eveneens toegenomen is het inzicht in het verband tussen welvaart en politieke stabiliteit in een land en de betekenis daarvan voor de wereldvrede. In de ontwikkelingslanden blijft de toename van de welvaart – voorzover daar sprake van is – enorm achter bij de stijging van de verwachtingen die de mensen er stellen aan het leven. Dit leidt tot een voortdurend frustrerende levenssituatie die tot uitdrukking komt in scherpe, vaak gewelddadige politieke tegenstellingen. Deze binnenlandse geweldpleging kan leiden tot omvangrijkere oorlogen wanneer buitenlandse interventie in enigerlei vorm plaatsvindt. Politieke instabiliteit in een land betekent dus een bedreiging voor de wereldvrede. Daarom is het belangrijk te weten dat landen wier welvaart een bepaald niveau heeft bereikt, politiek stabieler zijn dan landen die zich nog in de hierboven beschreven frustrerende situatie bevinden. Dit dwingt de rijke landen om een rechtvaardigere economische ordening tot stand te brengen.
Tot zover deze summiere opsomming van trends, die niet meer beoogt dan een illustratie van dit begrip te geven.
Inhaken op de trends
De vredesbeweging zal bij deze trends moeten inhaken. Van de positieve trends zal de vredesbeweging gebruik moeten maken om vertrouwen in de toekomst te wekken en in de mogelijkheid dat mensen hun conflicten zonder oorlogen leren oplossen. Zij zal deze positieve trends bovendien moeten bevorderen door haar educatieve, morele steun.
Het is om de volgende reden van groot belang dat een vredesbeweging tot een realistische schatting komt van de positieve kansen die er in de huidige gevaarlijke situatie besloten liggen. Wanneer men als vredesbeweging of als persoon hoofdzakelijk de negatieve krachten die in de huidige situatie werken ziet en alleen daaraan aandacht besteedt, dan definieert men de huidige situatie eo ipso als een onoplosbare. Want als het werkelijk waar is dat de belangrijkste maatschappelijke en historische krachten in de richting van oorlog werken en de vrede alleen bereikt zou moeten worden door de krachtsinspanning van een aantal goedwillende lieden tegen de historische krachten in, dan zou ik hen adviseren zich iets minder zorgen te maken en wat meer plezier te maken in de periode die hen nog rest tot de ondergang. (Tenzij het mensen betreft wier plezier nu juist bestaat in het werken aan onoplosbare problemen. Dezulken zijn er en een vredesbeweging met een tekort aan historisch besef zal juist op dit soort mensen een grote aantrekkingskracht uitoefenen.)
De inspanningen van alle goedwillende vredesbewegers zullen weinig of geen invloed uitoefenen als de geschiedkundige ontwikkelingen zelf niet de belangrijkste stoot geven.
De Amerikaanse hoogleraar Deutsch wijst er op dat werkelijk grote veranderingen in de opvattingen van mensen pas in twintig of dertig jaar met het opvolgen der generaties tot stand komen. En dan alleen nog maar als de trends in het maatschappelijk leven constant in dezelfde richting werken. Eenmalige spectaculaire gebeurtenissen daarentegen (de dood van een staatsman, een verdrag) en beïnvloeding door regeringen en communicatiemiddelen zijn slechts in staat tot het aanbrengen van beperkte veranderingen in het denken van de mensen. (3) Verandering kan pas dan goed doorzetten als er sprake is van trends (cumulatieve gebeurtenissen) en de aanwezigheid van sociale groepen, die de beginnende wijzigingen in de opvattingen kunnen opvangen en versterken. (4) (...)
In het leger spreekt men van moreelszorg. Ook een vredesbeweging moet het moreel van zijn mensen verzorgen. Daarvoor is het nodig hen inzicht te geven in: 1) de reële verhouding tussen historische krachten en menselijke inspanning en 2) in die historische krachten zelf. Dat inzicht hoeft niet ontmoedigend te werken. Integendeel, het kan in deze fase van de geschiedenis in zekere zin de menselijke inspanning stimuleren. De mens heeft namelijk bij zijn streven de oorlog uit te bannen nog nooit eerder de geschiedenis zo mee gehad als nu het geval is. De vredesbeweging moet haar taak zien in het versterken van het effect van historische ontwikkelingen op het denken en handelen van de mensen. Pas wanneer zij vanuit deze instelling werkt, beschermt zij zich voor irreële doelstellingen en daaraan grenzende demoralisering. De betekenis van de vredesbeweging wordt in deze opvatting niet geminimaliseerd maar eerder vergroot.
De functie die zij zou kunnen vervullen wordt duidelijk aan de hand van een fraaie vergelijking van Boulding: We hebben de neiging te denken, als we ons met de problemen van oorlog en vrede bezighouden, dat alles moet veranderen en wel ineens. Het zou echter kunnen zijn dat we ons in de buurt bevinden van een punt in de geschiedenis, waarbij een kleine wijziging enorme gevolgen zal hebben. De overgang van –1 graad Celsius naar +1 graad Celsius is een hele kleine overgang, maar bij 1 graad bevriest tenslotte alle water en bij +1 graad ontdooit tenslotte alle water. (5) Hoezeer dus in het geheel van krachten, die de wereldvrede bevorderen, de vredesbeweging een klein onderdeel is, zij zou misschien juist voldoende zijn om de vorst definitief te verdrijven.
Tot zover mijn opmerkingen over dit vierde en laatste uitgangspunt, namelijk de onvervangbare waarde die het besef van de huidige unieke trends heeft voor het moreel van de vredesbeweging.
2. DE BIJDRAGE VAN DE VREDESBEWEGING AAN DE TOTSTANDKOMING VAN EEN VREDESKLIMAAT
Voor het bespreken van de vraag hoe de vredesbeweging Pax Christi te werk dient te gaan bij het bevorderen van een vredesklimaat zou ik een eenvoudige indeling willen maken. Er is in de eerste plaats sprake van een bepaalde beweging, dan is er een omgeving waarop die beweging invloed wil uitoefenen en zij doet dat door met die omgeving een bepaald soort relatie op te bouwen. Ik maak achtereenvolgens opmerkingen over A: De relatie, B: De omgeving en C: Pax Christi.
2.A De relatie
Eerst volgen enkele opmerkingen over de relatie tussen personen die sterk uiteenlopende houdingen en opvattingen hebben over problemen van oorlog en vrede. Daarna volgen enkele opmerkingen over de betrekkingen tussen verschillende maatschappelijke groepen met een sterk verschillende instelling op het gebied van oorlog en vrede.
2.A.1 De relatie tussen de vredesbeweger en zijn omgeving
De relatie tussen de vredesbeweger en zijn omgeving is per definitie conflictueus. Dat wil zeggen de vredesbeweger wil in de omgeving die hij wil bereiken andere houdingen, dan door de meerderheid van leiders en geleiden wordt ingenomen, ingang doen vinden.
Dit is uitsluitend een kwestie van definitie. Als er geen conflict bestaat tussen een vredesbeweger en de gevestigde opvattingen die hij in zijn omgeving aantreft, spreek ik niet van een vredes-beweging. Onder conflict versta ik eenvoudig:
- verschil in houding;
- de wil om de houding van de ander, de omgeving te wijzigen.
Wat betekent het in dit verband dat een relatie conflictueus is? Het betekent dat er weerstanden worden opgeroepen door de vredesbeweger. Ieder mens is namelijk gehecht aan zijn opvattingen, omdat zij een belangrijke functie voor hem vervullen, en is daarom geneigd zich te verzetten wanneer anderen pogingen doen, hem van opvatting te laten veranderen.
In de eerste plaats helpen zij hem de wereld te kennen en te interpreteren. Zij helpen hem bij het opmerken, over het hoofd zien en verwerken van nieuwe gegevens (kennisfunctie).
In de tweede plaats spelen zij een bemiddelende rol bij de omgang van de persoon met anderen. Door bepaalde houdingen er wél op na te houden en andere niet, onderhoudt men goede relaties met déze groep en slechte met een andere. Dat een houding deze functie vervult kan niet vaak genoeg benadrukt worden. Het wordt namelijk vaak vergeten. We bezitten onze houdingen en argumentatie niet alleen omdat ze waar zijn, maar omdat ze tot de norm behoren van de groep waar we graag bij willen horen om welke reden dan ook (sociale functie).
In de derde plaats vervullen houdingen de functie dat zij een persoon ervoor behoeden dat hem ingrijpende waarheden over hemzelf of de "harde" buitenwereld bewust worden. Zij helpen hem de spanning die voortvloeit uit innerlijke tegenstrijdigheden binnen duldbare grenzen te houden (egodefensieve functie). (...)
Het onderscheiden van deze verschillende functies is van belang voor het werk van de vredesbeweging. Al naargelang deze of gene functie overweegt, is een andere benaderingswijze gewenst. Overweegt de kennisfunctie, dan zal een educatieve aanpak, die nieuwe informatie verschaft, nuttig kunnen zijn. Overweegt de sociale functie, dan zal men zo'n persoon moeten laten zien dat de norm van de groep waartoe hij behoort zelf aan het veranderen is. Dat is precies de aanpak die Pax Christi volgt, wanneer zij in katholieke kring de visie bekend maakt die in 'Pacem in Terris' en in Schema XIII besloten ligt. (6)
Wanneer houdingen vooral op diepliggende persoonlijkheidskenmerken teruggaan, is het raadzaam om als vredesbeweging niet te trachten ze te veranderen, eenvoudig omdat het niet kan of in ieder geval te moeilijk is. Practisch betekent dat het volgende: men wende zich niet tot de politiek extreme groeperingen, daar zij vaak juist een meerderheid van dit soort personen aantrekken. De vredesbeweging bemoeie zich primair met die groepen mensen, wier houdingen berusten op gewoonte, gebrek aan inzicht en op hun binding aan een bepaalde sociale groep, zoals bijvoorbeeld in ons geval een kerk.
Wenken voor het overtuigen van anderen
Na iets over de oorzaken van de gehechtheid van personen aan hun mening gezegd te hebben, gaan we terug naar de vraag hoe we de weerstanden tegen verandering kunnen overwinnen. Het antwoord op die vraag is: Zoveel mogelijk alles vermijden wat in principe een conflictueuze relatie extra belast. Dat wil vooral zeggen dat men in een situatie, waarin men een ander wil overtuigen, voorkomt dat bij hem bepaalde verwachtingen, verdenkingen rijzen. Er zijn vooral drie soorten verdenkingen die houdingsverandering belemmeren.
- De verdenking dat men gemanipuleerd wordt, bijvoorbeeld dat de spreker bijbedoelingen heeft, die hij niet uitspreekt.
- De verdenking dat de spreker ongelijk heeft met bepaalde beweringen, doordat hij argumenten over het hoofd ziet die tegen zijn standpunt pleiten; kortom dat hij de zaken simplificeert.
- De verdenking dat men overgehaald wordt tot een standpunt dat tegen de groepsnorm ingaat.
(In dit verband is het goed er op te wijzen waarom het zo belangrijk is er naar te streven dat voorlichting over oorlog en vrede in schoolverband gegeven wordt. De relatie tussen leraar en leerling wordt namelijk niet, zeker in mindere mate, door bovenbeschreven verdenkingen gestoord. De vredesbeweging moet er naar streven dat er in het onderwijs plaats gemaakt wordt voor de problemen van oorlog en vrede.)
Ik geef u vervolgens een aantal principes die de kans op het rijzen van dit soort verdenkingen kunnen verminderen. Sommige berusten op common sense, andere minder. Het gaat niet om bewezen regels, maar om veronderstellingen, voor de juistheid waarvan de sociale wetenschappen argumenten hebben verzameld. (7)
- Stel u zo goed mogelijk op de hoogte, ken uw eigen tekort aan kennis, realiseer u waar u zelf onzeker van bent en verberg dat niet.
- Ken en bestudeer het standpunt van degenen, die het niet met u eens zijn. Probeer u in de rol en positie van die ander in te denken. Het is nuttig dat men zich in een discussie aanwent om niet verder te gaan, voordat men er in geslaagd is het standpunt van de ander naar diens genoegen te formuleren
- Maak duidelijk aan de ander dat u geen aanval onderneemt op het geheel van zijn persoonlijke waarden, zijn ethos, doch alleen op bepaalde inzichten omtrent middelen en bepaalde doeleinden.
- Maak duidelijk hoeveel overeenstemming er reeds is tussen het standpunt dat men zelf inneemt en dat van de ander.
- Probeer niet anderen over te halen tot grote veranderingen in hun ideeën, maar tot kleine. Bovendien in één kwestie tegelijk en niet in alle kwesties ineens.
- Concentreer de aandacht op nieuwe kwesties en probeer niet ingewortelde overtuigingen over oude kwesties te wijzigen.
- Het is vaak verstandig, wanneer men bij iemand het beeld bijvoorbeeld van een ander land of systeem wil wijzigen, eerst te proberen bepaalde perifere aspecten van dat beeld te wijzigen, bijvoorbeeld culturele en wetenschappelijke prestaties van het betreffende land onder de aandacht te brengen.
- Belangrijk voor de vredesbeweging is om mensen te winnen voor wie grote achting bestaat om hun betrouwbaarheid en deskundigheid. Aan de uitingen van dergelijke mensen wordt gemakkelijker gehoor gehecht. (...)
U mag uit de aanwijzingen hierboven niet afleiden dat de belangrijkste reden waarom mensen van houdingen en opvattingen veranderen gelegen zou zijn in het feit, dat iemand anders hen met argumenten overtuigt. Dit is eenvoudig niet waar en gaat uit van een te rationalistisch beeld van de mens.
Zeer vele gegevens uit de sociale wetenschappen wijzen er op dat mensen hun houdingen, hun opinies pas gaan veranderen als zij eenmaal iets gezegd, geschreven of gedaan hebben en zich daardoor in een bepaalde richting hebben vastgelegd. Van dit inzicht moet de vredesbeweging bij het opstellen van haar actie naar binnen en naar buiten uitvoerig gebruik maken. Zij zal mensen moeten proberen over te halen tot een gedrag dat in de gewenste richting (enigszins) afwijkt van hun vorig gedrag. Ik noem u voorbeelden van stappen, waartoe men mensen binnen en buiten de vredesbeweging zou kunnen proberen over te halen.
- Breng het bestuur van een club, vereniging of organisatie ertoe om een lezing te laten houden over de problemen van oorlog en vrede.
- Overreed de leraar van een school om een paar lessen aan de vredesproblematiek te wijden.
- Overreed de leiding van een parochie om vanaf de preekstoel aandacht te besteden aan de vredesproblematiek of een gespreksgroep over de problematiek op te richten.
- Spreek af bij het van start gaan van een gespreksgroep wanneer en aan wie de bevindingen van de groep zullen worden bekend gemaakt in de vorm van een rapport uitmondend in een aantal vragen, verzoeken aan de betreffende persoon of instantie.
- Probeer een plaatselijke politicus over te halen in zijn afdeling een bepaald voorstel aanhangig te maken.
- Enzovoort.
Het gaat er dus om mensen iets concreets te laten doen. Pas dan zullen ze zich steeds verder involveren. Bovendien moet men bij wat men van iemand vraagt rekening houden met het werk wat deze persoon doet en wat zijn specifieke verantwoordelijkheid is. (8)
2.A.2 De relatie tussen de gevestigde opvattingen, Pax Christi en de vredesbeweging
We gaan thans in op de relatie tussen Pax Christi, de gevestigde orde en andere vredes-bewegingen, die we voor het gemak QY noemen. Iedere vredesbeweging schept van zichzelf een beeld in de ogen van de buitenwereld. Dat beeld bepaalt in sterke mate de vruchtbaarheid van de relatie met de groep die men wil beïnvloeden. De invloed van een radicale groep, zeg QY, op de gevestigde opvattingen (GO) zal minder groot zijn dan de invloed van de tussenliggende groepering. De grote afstand roept teveel weerstand op. De vredesbeweging Pax Christi neemt een positie tussen het gevestigde denken enerzijds en radicalere, meer pacifistische bewegingen in. (...)
Het bestaan van een reeks zeer verschillende vredesbewegingen behoeft in het geheel niet bezwaarlijk te zijn. De extremere organisaties vervullen drie belangrijke functies ten opzichte van de meer gematigde.
- Pax Christi kan zich tegenover de gevestigde orde legitimeren als betrouwbaar door te wijzen op de extremere standpunten die ook mogelijk zijn en door QY worden aangehangen, maar niet door haar. "Als er geen extremisten waren, zouden wij er voor worden uitgescholden".
- In de tweede plaats functioneert de extremere vredesbeweging als een soort geweten ten opzichte van Pax Christi om zich niet teveel te conformeren aan de gevestigde orde.
- De extremere beweging speelt vaak een creatieve rol door het formuleren van nieuwe, niet-direct bruikbare, maar stimulerende ideeën.
Om deze functies goed te kunnen vervullen, dient aan twee eisen te worden voldaan, waardoor een intensief contact tussen de vredesbewegingen kan worden bevorderd.
- Er moet een hecht federatief verband komen, internationaal van karakter, waarin alle niet-gouvernementele vredesorganisaties samenwerken. (...)
- Een tweede eis is, dat een aantal leden van Pax Christi zowel lid zijn van Pax Christi als ook van de andere vredesbewegingen.
Ofschoon ik dus duidelijk het nut onderken van vredesbewegingen die een extremer standpunt innemen, zou ik tevens het belang willen benadrukken van vredesbewegingen die zich dichterbij het gevestigde opstellen. De reden daarvoor is dat een nieuwe manier van denken over oorlog en vrede ingang moet vinden in brede lagen van de maatschappij en niet alleen bij een relatief kleine groep in de maatschappij. Deze spreiding van vreedzamere houdingen is noodzakelijk, opdat eventuele crises in de internationale politiek en de daaruit volgende terugslag op de publieke opinie in de richting van een vroegere harde en ongenuanceerde gedachtengang beter opgevangen kunnen worden. Dit kan alleen als er in de maatschappij opinieleiders zijn gevormd, die tezamen door hun vermogen tot interpreteren al te grote verschuivingen kunnen tegenhouden in de publieke opinie. Alleen daardoor kan voorkomen worden dat onverantwoordelijke groepen in een land zich van die plotselinge verschuivingen van de publieke opinie meester maken voor hun eigen radicale doeleinden.
Voorkomen moet dus worden dat politieke leiders op oude reactiewijzen terug kunnen en moeten grijpen in crisissituaties, omdat hun bevolkingen hun niets anders toestaan te doen. Hieruit volgt dat sommige vredesbewegingen in de voorhoede moeten werken, maar anderen, zoals Pax Christi een speciale verantwoordelijkheid hebben om de achterban bij te brengen. Nog anders gezegd: de wegen die we in de internationale politiek achter ons laten, moeten ook in de bevolking definitief worden afgegrendeld.
Deze "na-zorg" is zeer noodzakelijk. Zo zal bijvoorbeeld door Pax Christi constant herhaald moeten worden dat onder geen enkele omstandigheid een kernoorlog tot een aanvaardbaar middel in de internationale politiek kan worden.
2.B De omgeving
Vervolgens wil ik enkele dingen zeggen over de omgeving waarin Pax Christi haar werk moet verrichten. Ik noem u drie kenmerken van die omgeving. (9)
2.B.1 Apathie
Ook al neemt onder invloed van de oorlog in Vietnam in Amerika en andere landen de belangstelling voor buitenlandse politiek toe, nog steeds oefent de bevolking weinig invloed uit op de buitenlandse politiek en berust zij hierin, omdat:
- de meeste kwesties van buitenlandse politiek zich sterk buiten de directe belevingswereld van de mensen bevinden;
- de gebruikte argumentaties niet worden begrepen;
- de politieke leiders de natuurlijke neiging hebben om het makkelijker te vinden als de bevolking zich met niets bemoeit.
De tweede reden berust op de opvatting dat de buitenlandse politiek als zodanig voor velen te ingewikkeld zou zijn en alleen door experts te beoordelen zou zijn. Dit berust echter op een misvatting van het begrip "expertkennis". Beslissingen in het buitenlands politiek beleid worden in laatste instantie niet genomen op grond van ontoegankelijke wetenschappelijke kennis maar op grond van politieke voorkeuren. Persoonlijke houdingen inzake oorlog en vrede spelen daarbij een hoofdrol. Pax Christi moet zich er op toeleggen de mythe van de onbegrijpelijkheid van de buitenlandse politiek te verstoren.
2.B.2 Het vredesstreven is niet geïnstitutionaliseerd
In de verschillende sectoren van de maatschappij is het vredesstreven niet geïnstitutionaliseerd. Vaak niet in de overheidsorganen, niet in de kerken, niet in de universiteit, niet in de school, niet in het vakbondswezen, niet in de politieke partijen, enzovoort. Het gaat om de aanwezigheid in al deze gemeenschappen van personen, programma's, buro's, instituten, enzovoort, die ermee belast zijn de betreffende zaken in die organisatie of gemeenschap te bezien onder het gezichtspunt van de wereldvrede. Onder institutionalisering vallen ook vaste gewoonten van advies geven en recht op inspraak. Pax Christi moet deze institutionalisering bevorderen door te pleiten voor en mee te werken aan:
- De oprichting van instituten voor vredesonderzoek aan (katholieke) universiteiten en het opstellen en ingang doen vinden van lesprogramma's op seminaria en middelbare scholen.
- Bevordering van de oprichting en uitbreiding van instituten die wetenschappelijk verantwoorde vorming en voorlichting kunnen geven met betrekking tot vredes-vraagstukken.
- De opbouw van afdelingen en het creëren van posities in vele organisaties, zoals politieke partijen, vakbonden, ministeries, jeugdbewegingen, enzovoort met de hierboven gegeven bedoeling. (...)
2.B.3 De houding van Rooms-Katholieken tegenover vragen van oorlog en vrede
Tenslotte bespreek ik nog een derde, meer specifiek, kenmerk van de omgeving waarin Pax Christi's taak ligt. Die omgeving is het katholieke leefmilieu.
Er is uit sociaal-wetenschappelijk onderzoek gebleken dat godsdienst en levensbeschouwing in belangrijke mate samenhangen met iemands houding inzake oorlog en vrede. Een onderzoek van de Canadees Laulicht (10) kwam tot de volgende conclusie: Lidmaatschap van kerken met een sterk ontwikkelde dogmatiek is duidelijk verbonden met het aanvaarden van grotere militaire strijdkrachten. Leden van zulke kerken staan positief, in ieder geval niet afwerend, tegenover de verspreiding van atomaire wapenen, zij staan wantrouwig, soms uitgesproken vijandig tegenover een politiek van vreedzame coëxistentie.
Zowel onder elitegroepen als onder het algemene publiek geldt, dat men de voorstanders van ontwapening meer vindt onder ongelovigen en nominale kerkleden dan onder trouwe kerkgangers van kerken met een rijk ontwikkelde dogmatiek. Het is opvallend dat de christenen die een minder sterke band met hun kerk aangeven (gemeten via kerkbezoek) meer geloven in een persoonlijke verantwoordelijkheid voor de vrede dan degenen met een sterke band met de kerk. (...)
Er zijn meerdere interpretaties van dit positieve verband tussen godsdienstigheid en harde lijn in de Koude Oorlog. De meest voor de hand liggende verklaring is eenvoudig dat de sterk anti-communistische houding die de kerk in de jaren vijftig en daarvoor innam haar uitwerking op de gelovigen niet gemist heeft. Dit anti-communisme heeft bij katholieken vaak een achterstand veroorzaakt bij het erkennen van nieuwe noodzakelijkheden, zoals ontwapening, coëxistentie en dialoog.
De resultaten die ik u hiervoor genoemd heb dateren al van voor 1963. Of er zich onder de gelovigen sindsdien grote wijzigingen hebben voltrokken waag ik niet te zeggen. Zeker is dat met de encycliek 'Pacem in Terris', het handvest van Pax Christi, een ander klimaat is gegroeid in de leiding van de kerk. Voor het belang van de wereldvrede is een positief gesprek van het katholicisme met het communisme de belangrijkste bijdrage die de kerk kan leveren.
Voor Pax Christi ligt hierin een belangrijke taak, waarop zij zich zou moeten concentreren. We vinden ons daarbij geruggesteund door de woorden van Zijne Heiligheid paus Johannes XXIII, die schreef dat bewegingen, die "in zoverre ze overeenstemmen met de gezonde beginselen van de rede en de rechtmatige aspiraties van de mens weergeven, positieve en aanvaardbare elementen kunnen bevatten". (11)
Een vredesbeweging die speciaal onder Rooms-Katholieken werkt, zo luidt onze conclusie uit deze gegevens, is broodnodig. Tegelijkertijd zal zij zich er op voor moeten bereiden, op sterke weerstanden te zullen stuiten bij haar werkzaamheden.
2.C De beweging Pax Christi
We richten tenslotte onze aandacht op de beweging zelf. Hoe zal zij georganiseerd moeten zijn, hoe zal zij moeten handelen om een zo groot mogelijke invloed uit te oefenen. We bespreken een aantal punten. Een vooropmerking is, lijkt mij, gewenst.
Iedere vredesbeweging moet een gedeelte van haar tijd en energie besteden aan de versterking van de eigen beweging, vorming, instructie en werving van leden. Een vredesbeweging heeft echter als centraal doel de beïnvloeding van personen en beslissingen buiten haar. Zij mag dus niet verzanden in aandacht voor zichzelf als beweging.
Een gunstig evenwicht is hier noodzakelijk. De huidige fase die Pax Christi doormaakt is er, lijkt mij, één van vernieuwing. Daartoe is aandacht naar binnen onontbeerlijk. Op een goed moment kan een beweging zich echter alléén nog maar sterker maken als zij naar buiten gaat optreden.
2.C.1 Recrutering van nieuwe leden
Welke personen moeten wij graag in de Pax Christi zien komen? Ik denk onder andere aan de volgende criteria:
- Zij dienen bereid te zijn zich grondig op de hoogte te stellen van de problematiek van oorlog en vrede.
- Zij dienen te beschikken over een sterk maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel, alsmede de overtuiging dat het zinvol is, zich voor deze problemen in te zetten.
- Zij dienen bereid te zijn studie en actie binnen Pax Christi constant te toetsen aan de vraag of deze effectief zijn voor het totstandkomen van een vredesklimaat. (...)
- Zij zullen de Pax niet moeten beleven als een gemeenschap, waarin zij hun eigen persoonlijke godsdienstige problemen kunnen oplossen, maar als een werktuig waarmee zij de wereld kunnen helpen.
- Zij zullen bereid moeten zijn een minimum aantal politieke stellingnamen te onderschrijven. (12)
2.C.2 De mentale verzorging van de leden
Hoe dienen wij het moreel van de leden van Pax Christi hoog te houden? Hoe kunnen wij voorkomen dat de leden van een vredesbeweging zo makkelijk ontmoedigd worden?
Ik herhaal eerst twee dingen, die ik reeds genoemd heb en die ik essentieel acht.
- Laat de vredesbeweging haar leden de positieve kansen laten zien, die zich in de ontwikkelingen na 1945 voordoen. Doordring hen ervan dat niet alle historische krachten tegen zijn.
- Toon hen aan dat internationale politiek begrijpelijk is en dat politieke beslissingen menselijke beslissingen zijn en niet de onfeilbare uitkomsten van adviezen van experts. Geef hen de overtuiging dat zij menselijk gesproken niet minder in staat zijn om een oordeel te vellen.
- Het is van het grootste belang dat men het actieprogramma van een vredesbeweging zodanig opstelt, dat binnen dat program zichtbare resultaten door de leden te behalen zijn. (13) Niets is zo bemoedigend als succes, niets zo ontmoedigend als het werken in de richting van een vaag, ver weg liggend doel.
Het doel van de wereldvrede moet dus opgesplitst worden in talloze kleinere doeleinden. Ik heb u daar reeds eerder voorbeelden van gegeven. Het gaat om het overtuigen, overhalen, meer involveren van bepaalde personen en groepen. Het gaat erom meer mensen iets concreets te laten doen voor de vrede. Het gaat om het institutionaliseren van het vredesstreven in een of andere vorm. Telkens wanneer u een bepaalde persoon heeft overgehaald om iets te doen, bijvoorbeeld een standpunt in te nemen in het openbaar of iets anders, is dat voor u zelf een aanmoediging om door te gaan.
- Hier direct op aansluitend zou ik op de noodzaak willen wijzen van een hecht verband tussen studie en actie. Iedere studie door Pax Christi leden verricht, moet dienen om hen beter uit te rusten voor een van tevoren vastgestelde actie. Dat kan zijn het bezoeken van een bepaalde persoon om hem iets te vragen, het zelf schrijven van een stuk, het zelf houden van een voordracht, enzovoort. Iedere studie moet dus uitlopen op een actie. Een keer in de maand elkaar bezoeken en een avondje praten is zinloos en dodelijk voor de vredesbeweging. Het wekt de spotlust van anderen op, die spreken van "the monthly meeting syndrome".
- Waskow wijst er mijns inziens zeer terecht op dat er niet zoiets als een "deadline of destruction" is, een moment (zeg 1975) waarvóór ontwapening bereikt moet zijn op straffe van wereldvernietiging. Als er in 1974 voor 50% behaald is van wat we nodig achtten voor 1975, dan is de "deadline" niet langer 1975. Voldoende kleine successen zullen waarschijnlijk de situatie veranderen, waardoor Armageddon naar een verder weg liggende toekomst wordt verschoven, waardoor er meer tijd komt, waarin andere successen behaald kunnen worden, noodzakelijk om de wereld zo in te richten dat Armageddon niet meer plaats kan vinden: we moeten kleine overwinningen leren serieus te nemen. (14)
- Een zesde advies, dat ik de Pax Christi zou willen geven is, dat zij zich concentreert op een paar onderwerpen en dat zij voor deze onderwerpen een concreet tijdschema uitwerkt. Het lijkt mij dat Pax Christi aan drie terreinen speciaal aandacht moet schenken:
- de dialoog met het marxisme;
- de problematiek van de veiligheid en de vrede in Europa;
- de verhoging van het percentage dat op de nationale budgetten wordt uitgetrokken voor de ontwikkelingshulp.
Ad a) Wat dit punt betreft zou Pax Christi zich ten doel kunnen stellen dat er vanaf 1970 regelmatig congressen gehouden zullen worden waarop katholieke theologen met theoretici van het marxisme spreken over vraagstukken betreffende de toekomst van de mens.
Ad b) Wat de veiligheid in Europa betreft zou Pax Christi zich tot het uiterste moeten inspannen om een werkelijk gesprek op gang te brengen tussen vertegenwoordigers van Oost- en West-Duitsland. Met name zou zij onder de bevolkingen van deze gebieden een bewuste bezinning op de huidige situatie moeten bevorderen.
Ad c) Van dit punt zou Pax Christi in concreto als doel kunnen stellen de opvoering van de ontwikkelingshulp tot 2% van het nationaal inkomen in 1970 in alle landen van West-Europa.
Het grote voordeel van deze concentratie op een aantal terreinen is, dat Pax Christi naar binnen en naar buiten een duidelijk gezicht krijgt, en dat rond deze punten een concreet en gedetailleerd actieprogram is op te bouwen, dat binnen afzienbare tijd resultaten kan opleveren.
- Een zevende en laatste punt met betrekking tot de mentale verzorging van de leden is het volgende. We noemden in het voorafgaande als een van de redenen van de apathie van de gewone burger het feit dat de politieke leiders de neiging vertonen zo min mogelijk mensen bij hun beslissingen te betrekken. Dit werkt algemene ongeïnteresseerdheid in de hand, hetgeen een kwaad is. Deze ondemocratische gedragspatronen van de overheid moeten worden doorbroken. Het behoort tot een van de belangrijkste taken van Pax Christi om de mogelijkheid van participatie in de politieke menings- en besluitvorming te vergroten. Zij zal op de de bres moeten staan voor zo groot mogelijke openbaarheid en juiste voorlichting door de overheid en media. In haar eigen gelederen zal zij de behoefte aan participatie en de vaardigheid daarin moeten aankweken door te zorgen voor een fundamenteel democratisch klimaat in de beweging. (…)
2.C.3 De kracht van de organisatie
Na de recrutering en de mentale verzorging van de leden van Pax Christi, zou ik nog drie opmerkingen willen maken over de vraag hoe Pax Christi als organisatie sterk gemaakt kan worden.
- Zij zal zich moeten voorzien van de service van een research-instituut, dat in staat is om te voorzien in het educatieve en het informatieve materiaal dat zij als beweging nodig heeft (vergelijk onder '2.B.2 Het vredesstreven is niet geïnstitutionaliseerd' punt 2). Verder heeft zij als iedere moderne beweging een evaluering nodig van haar resultaten, om op die manier een correctie op haar activiteiten te kunnen aanbrengen. Deze research kan eveneens het beste verricht worden door research-instituten voor de vrede in de verschillende landen.
- In verband met het bovenstaande moet Pax Christi, evenals de andere vredesbewegingen, de centrale functies in haar beweging niet laten vervullen door vrijwilligers, amateurs, maar door professionals, full-time betaalde krachten of vrijgestelden.
- Een laatste punt is het geld. Er is geen zaak, waarvoor in de wereld zo weinig geld wordt uitgetrokken als voor de bevordering van de vrede langs niet-militaire weg. Dit geldt voor alle regeringen in de wereld. (...)
Het zou een goed ding zijn als de Rooms-Katholieke Kerk bij de besteding van haar inkomsten een grotere prioriteit aan het bevorderen van de vrede zou verlenen.
(…)
2.D Pax Christi tijdens een internationale crisis
Aan het eind van deze voordracht zou ik nog iets willen zeggen over Pax Christi's rol in crisissituaties. De allerbelangrijkste taak van Pax Christi is een educatieve: de groei bevorderen van een vredesklimaat. Dat is een werk, dat zich over tientallen jaren uitstrekt en waarbij gerekend moet worden met en gehoopt moet worden op trage doch gestadige vooruitgang.
Er doen zich echter in de huidige fase van de internationale politiek crisissituaties voor die het einde van de wereld of grote delen daarvan kunnen betekenen. Op zulke momenten, als dreigen met geweld en gebruik van geweld weer aangeprezen of lijdzaam aanvaard worden als de enige middelen om conflicten te beslechten, zal Pax Christi haar bijdrage moeten leveren aan het bezweren van het risico, het handhaven en herstellen van de vrede.
Het is daarom noodzakelijk dat de Pax zich beraadt op haar beleid in zulke omstandigheden. Er zijn vier principes die ik zou willen noemen. (15)
- De belangrijkste invloed die op het buitenlands beleid van een land kan worden uitgeoefend, komt van de oppositie in dat land zelf. Het buitenlands beleid van een land wordt voornamelijk door de krachten binnen dat land zelf uitgevochten. Bij dat uitvechten nu is het een taak van de vredesbeweging, dat zij nauwlettend iedere poging om de oppositie de mond te snoeren aan de kaak stelt. Volstrekte vrijheid om het niet met de eigen regering eens te zijn, moet in theorie en practijk gewaarborgd blijven tijdens een conflict. De vredesbeweging bewake de vrijheid. Als zij teloor gaat, is een belangrijke rem op de uitbreiding van het conflict weggevallen.
- De tweede bijdrage van de Pax Christi in crisissituaties is het bedenken en ontwikkelen van ideeën om de crisis op te lossen en deze te bevoegder plaatse te brengen. In crisissituaties treedt een vernauwing op in de reeks van denkbare alternatieven waar leiders mee rekening houden. Deze reeks van mogelijkheden breed houden door aanbod van nieuwe ideeën is een taak van de vredesbeweging.
- In de derde plaats kan Pax Christi overal ter wereld proberen vooraanstaande katholieken uitspraken te laten doen in de richting die Pax Christi zelf prefereert. (...)
- Mijn vierde opmerking over de taak van Pax Christi in crisissituaties van de internationale politiek zou ik u graag voorleggen in de vorm van een vraag, die meen ik ernstig, in Pax Christi overdacht en besproken moet worden.
Wat te doen als een vredesbeweging tot de overtuiging komt dat een bepaalde internationale crisis langzaam maar onherroepelijk aan het afglijden is in de richting van een kernoorlog. Een vorm van oorlog waarvan in Schema XIII wordt gezegd dat zij een misdaad tegen God is.
Ik ben persoonlijk de mening toegedaan dat Pax Christi op zulke momenten niet zou moeten aarzelen om te proberen de Katholieke Kerk om te smeden tot een harde politieke macht en deze in te zetten tegen het streven van deze of gene partij in een conflict.
Het is een illusie te menen dat deze uiterste crisissituaties niet meer voor zullen komen omdat de krachten die de vrede bevorderen dit uitsluiten. Het internationale systeem laat nog steeds principieel de kans hierop toe. (...) Alle geldige redenen om zich gedurende tal van ontwikkelingen niet volledig aan deze of gene zijde op te stellen, komen vanaf een bepaald moment te vervallen, tenminste als men verantwoord wil blijven tegenover het eigen geweten.
Wannéér dit moment is aangebroken, zal door de beweging moeten worden beslist. Maar als die beslissing eenmaal gevallen is, dan zal er ook een actieprogram moeten zijn.
(...)
Aan de beleidvoerders in het Westen – dit is de groep waar de Pax invloed op kan uitoefenen – moet van tevoren duidelijk gemaakt worden welke tegenacties van Pax Christi als antwoord gegeven zullen worden als zij een conflict uitbreiden. Zoals politici een conflict uitbreiden om hun wil aan de tegenstander op te leggen en hem nieuwe uitbreidingen in het vooruitzicht stellen om hem van bepaalde stappen af te houden, zo moet ook de vredesbeweging – al of niet in het openbaar – steeds hardere middelen aankondigen om zich tegen een bepaald beleid te verzetten. Men zou dit "escalatie van de oppositie" kunnen noemen.
- In het begin van een (crisis of) gewapend conflict zou de Pax zich kunnen uitspreken voor het beëindigen ervan door middel van onderhandelingen, zonder de vraag welke van beide partijen het meeste gelijk heeft aan te roeren. (...)
- Vervolgens zou de Pax – bij verder escaleren van het conflict – te verstaan kunnen geven op een bepaalde stap te zullen reageren met een duidelijke veroordeling van die stap en van de politieke doelstelling die er uit blijkt. (...)
- In een nog later stadium zou de Pax zich speciaal kunnen richten tot de militairen die voor de strijd worden opgeroepen, om hen op de ernst van hun beslissing dienst te nemen, te wijzen.
- Tenslotte zou de Pax ertoe over moeten gaan om openlijk uit te spreken, welke partij volgens haar het gelijk het meest aan zijn kant heeft en welke partij de grootste concessies moet doen om tot een oplossing te komen.
Langs de hierboven beschreven weg – die primair bedoeld is als illustratie – zou Pax Christi moeten proberen het gezag van haar beweging en het morele gezag van haar kerk om te smeden tot een politieke kracht tegen oorlogsuitbreiding. Essentieel bij al deze stappen is dat zij niet gezet worden als reactie op concrete uitbreiding van het conflict door een partij, maar in het vooruitzicht gesteld worden vóór die uitbreiding plaatsvindt, zodat regeringen bij het nemen van hun beslissingen om wel of niet uit te breiden, weten met welke reactie van de zijde van de vredesbewegingen rekening gehouden moet worden.
Het is mijn ervaring, dat deze gedachten over het zorgvuldig uitbreiden van de oppositie bij wijze van afschrikking, vaak enigszins ongelovig worden bejegend. (...) Velen voelen de hierboven beschreven "deterrent-tactiek" als niet behorend tot het geoorloofde arsenaal van Pax Christi-wapens. Mocht dat bij u ook het geval zijn, dan zou ik u tot slot willen vragen u een moment voor te stellen (bijvoorbeeld over 5 jaar) dat u de berichten krijgt over de gevolgen van een beperkte kernoorlog ergens in de wereld. Zou het niet zo zijn dat in het licht van de snelle vernietiging van miljoenen levens achteraf alle argumenten om geen partij te kiezen als waardeloos aangevoeld zouden worden? Zouden we ons niet schamen en schuldig weten door niet openlijk gekozen te hebben en onze oppositie uitgebreid te hebben? Het lijkt mij van wel en dat zal ons aan het denken moeten zetten over de vraag hoever Pax Christi tijdens internationale crises in de internationale politiek bereid zal moeten zijn te gaan.
Hiermee heb ik mijn opmerkingen over dit laatste deel afgerond en dank ik u voor uw aandacht.
Noten
- Rosenberg, M., 'Beelden in relatie tot het beleidsproces; Amerikaanse publieke opinie over de Koude Oorlog', in: H. Kelman (red.) 'Internationaal gedrag'. New York 1965.
- De passage over de theorie van Kelman is in overleg met de auteur ingekort. (red.)
- Deutsch, K. en Merrit, R., 'Effecten van gebeurtenissen op nationaal gedrag en internationale beelden', in: Kelman (red.) a.w.
- De passage over de theorie is in overleg met de auteur ingekort. (red.)
- Boulding, K., 'De vredesonderzoeksbewegingen in de VS', in: T. Dunn (red.) 'Een zoektocht naar alternatieven voor oorlog en geweld'. Londen 1963.
- Met Schema XIII doelt de auteur op de pastorale constitutie 'Gaudium et Spes' van het Tweede Vaticaans Cocilie. (red.)
- Janis, I. en Brewster Smith, M., 'Effecten van onderwijs en overtuiging op nationale en internationale beelden', in: Kelman (red.), a.w
- Waskow, A., 'The worried man's Guide to World Peace'. New York 1963. Verkorte versie in overleg met de auteur. (red.)
- De passages onder 'Apathie' en 'Het vredesstreven is niet geïnstitutionaliseerd zijn in overleg met de auteur ingekort. (red.)
- Laulicht, J., 'Attitudes ten aanzien van het Canadese buitenlands beleid. Enkele belangrijke conclusies.' in: 'International Social Science Journal'. 1965 nr. 3
- Paus Johannes XXIII, 'Pacem in Terris', par. 159. Rome 1963. De passage over Pacem in Terris is in overleg met de auteur ingekort. (red.)
- Dit laatste punt is in 1968 toegevoegd.
- Waskow, a.w. In overleg met de auteur ingekocht. (red.)
- Ibid.