3 min read

Nee! tegen oorlogsvoorbereiding

Nee! tegen oorlogsvoorbereiding

Ons voorbereiden op oorlog? Vertrouw er liever op dat duurzame vrede bestaat. Oorlog is een omkering van alle waarden die we zo belangrijk vinden. Europa bereidt zich veel te enthousiast voor op oorlog.

(Dit artikel verscheen op 20 juli 2026 in het Nederlands Dagblad. Hier de complete tekst, met enkele verwijzingen en een paar kleine wijzigingen.)

Boven de ingang van het ministerie van Defensie aan de Kalvermarkt in Den Haag staat de tekst: ‘Mijn schilt ende betrouwen sijt Ghij, o Godt mijn Heer’.  Hier wordt een vrome uitspraak misbruikt om te maskeren dat je bezig bent de massale vernietiging van mensen voor te bereiden. Wás er maar sprake van vertrouwen op God. Of in seculiere termen: vertrouwen dat duurzame vrede bestaat, en dat mens zijn betekent angst los te laten. 

Europa investeert tientallen miljarden euro in defensie, en dat is nog maar het begin. "De militaire dreiging staat vast", wordt steeds herhaald. "We moeten Rusland en China afschrikken." Op de NAVO-top in Ankara werden trots de contracten met de wapenindustrie gepresenteerd. Minister Yesilgöz poseerde glunderend bij de ondertekening van een overeenkomst met Oekraïne over drones.

Enthousiasme

Defensie zet gelikte wervingscampagnes op, die uitdaging en persoonlijke ontwikkeling centraal stellen. Maar één aspect wordt zorgvuldig vermeden: de realiteit van oorlogsvoering.

Afschrikking klinkt veilig. Maar het is een eufemisme voor oorlogsvoorbereiding. 
Wie niet daadwerkelijk bereid is oorlog te voeren schrikt ook niet af. Niet voor niets weigeren de NAVO-landen te beloven dat ze niet als eerste kernwapens zullen gebruiken. 

De raketten, drones en tanks die nu aangeschaft worden zijn er om te gebruiken. Maar daar willen we niet aan denken.

Het enthousiasme waarmee militaire opbouw omarmd wordt, verbijstert me. Na beide wereldoorlogen klonk de leus: ‘Dit nooit meer.’ Enkele decennia later is die gedachte weer verdwenen, en is oorlog in West-Europa weer een denkbare mogelijkheid.

In oorlog is alles anders

Oorlog is een omkering van alle waarden die we zo belangrijk vinden. Normaal doen we álles om levens te sparen, en om mensen lang en gezond te laten leven. 
Bedrijven krijgen strenge regels opgelegd in het belang van volksgezondheid. We accepteren allerlei vrijheidsbeperkingen uit naam van veiligheid en gezondheid. Op doodslag staat een hoge straf. 

Maar in oorlog is alles anders. Daar mag, nee móet je doden. En je wordt gevraagd, of gedwongen, je leven op het spel te zetten. Volgens de Oorlogswet mag de overheid iedereen boven de achttien in het leger inlijven of dwingen werkzaamheden voor defensie te verrichten. Misschien kun je weigeren op gewetensgronden, dat is niet echt duidelijk. In Oekraïne en Rusland kan het in elk geval niet. Die oorlog heeft tot nu twee miljoen doden en gewonden gekost. Hoeveel slachtoffers is de overwinning waard? 

We zitten in collectieve angst gevangen. En zoals Eugen Drewermann in zijn boek ‘Alleen door vrede’ treffend beschrijft: we bestrijden die angst door zelf angst te verbreiden. We escaleren en jagen ‘de tegenstander’ angst aan. We maken de realiteit steeds gevaarlijker (snelle raketten, kernwapens) en kunnen dat niet onder ogen zien omdat we dan moeten breken met dit gedrag. 

Op een voetstuk

Mensen als Etty Hillesum en Aleksej Navalny worden op een voetstuk geplaatst. Wat een geestkracht, wat een helden! Dat je iets van hun houding kunt overnemen, ligt dan blijkbaar weer niet voor de hand. 

Liever vijandbeelden blijven voeden dan gevolg geven aan Hillesums overtuiging "dat ieder atoompje haat, dat wij aan deze wereld toevoegen, haar onherbergzamer maakt dan ze al is". En het voelt comfortabeler om vast te houden aan de illusie van afschrikking (een theorie, die heel vaak jammerlijk faalde) dan in anderen steeds een mens te blijven zien.

Achteraf roepen

Ben ter Veer, de latere voorman van het Interkerkelijk Vredesberaad IKV, stelde in 1966 de retorische vraag aan mensen die aarzelen partij te kiezen voor vrede: stel dat over een paar jaar miljoenen slachtoffers zijn gevallen in een beperkte kernoorlog, zou je je dan niet schamen en schuldig voelen over het gebrek aan actie? 

De vraag is nu nog net zo indringend. Omarmen we de oorlogsvoorbereiding en roepen we achteraf: dat nooit meer?

Abonneren